"Patiëntvriendelijke en snelle ingreep"

Gesprek met Jenneke Kalkdijk

Personalia:
Jenneke Kalkdijk, 46 jaar, fysiotherapeute Bekken en Bekkenbodem Zorgcentrum in Leeuwarden / SEC Incontinentie en Bekkenbodem Centrum in Heerenveen.

Fysiotherapeute Jenneke Kalkdijk raakte tijdens haar dagelijkse praktijk als fysiotherapeute steeds meer geïnteresseerd in bekkenbodemproblematiek. Zo zeer zelfs, dat zij tien jaar geleden besloot zich in dit onderwerp te gaan specialiseren. Ze volgde daarvoor de vervolgopleiding bekkenfysiotherapie en richtte in Leeuwarden het Bekken en Bekkenbodem Zorgcentrum op. Dit centrum richt zich op de fysiotherapeutische behandeling van onder meer stressincontinentie. We spraken met haar over dit onderwerp.

Wat is precies de ‘bekkenbodem’?

Met bekkenbodem bedoelen we de spieren die de onderkant van het bekken afsluiten. Op die spieren rusten de blaas, de endeldarm, de vagina en de baarmoeder. De urinebuis en het anale kanaal lopen er doorheen. Als we het dus hebben over bekkenbodemproblematiek dan zijn dat alle problemen die ontstaan door het niet goed functioneren van die spieren. Ze kunnen te slap zijn, of juist te gespannen of de coördinatie is niet goed. Stressincontinentie is één van die problemen die dan kunnen optreden.

Wat is stressincontinentie?

Stress is niets anders dan ‘druk’. Stressincontinentie is het verlies van urine bij buikdrukverhogende momenten. Dat zijn bijvoorbeeld hoesten, springen, bukken, tillen, hardlopen, niezen. De bekkenbodem reageert dan niet met de juiste hoeveelheid kracht en aanspanning op het juiste moment.

Het probleem komt voor de overgrote meerderheid bij vrouwen voor; 80% tegen 20% bij mannen. De voornaamste oorzaak is dan ook de bevalling. Daardoor vermindert het steunweefsel, wordt de coördinatie van de spieren slechter en vermindert het gevoel. De blaashals zakt, waardoor de drukverdeling ongunstiger wordt. Tijdens de menopauze verergert het probleem vaak verder.

Heeft iedereen er in gelijke mate last van?

Nee dat verschilt; sommigen hebben het in een lichte vorm en verliezen alleen druppels. Zij accepteren dat en ze hebben er geen last van in hun dagelijkse leven. Als het méér is dan een paar druppels kan het wel een groot probleem worden. En als inlegmateriaal niet meer voldoende is. Of als je bijvoorbeeld niet meer kunt sporten of als je heel erg ‘toiletgericht’ wordt. Of als je sociaal wordt gehinderd, bang bent voor gezichtsverlies. Veel vrouwen schamen zich voor hun urineverlies.

Hoe behandelt u stressincontinentie?

Als het goed is, wordt de patiënt door de huisarts naar ons doorverwezen. Wij doen dan een intake, een inwendig onderzoek en stellen een heel divers en op maat gemaakt behandelplan op. Het positief resultaat van die aanpak is hoog; bij ongeveer 85% van onze patiënten verminderen de problemen of verdwijnen ze zelfs totaal.

Bij een minderheid blijft het probleem wel bestaan. Het is moeilijk in te schatten waardoor. Voor die patiënten staat dan de weg naar de chirurg open.

Welke chirurgische ingreep heeft dan uw voorkeur?

De TVT/TVT-O methode. Dat is namelijk een zeer patiëntvriendelijke en snelle ingreep, het gebeurt poliklinisch. Je hoeft er dus niet voor worden opgenomen. En het is ook een kleine ingreep, in tegenstelling tot een open buikoperatie. De resultaten op lange termijn zijn ook goed, dat is aangetoond in follow-up studies.

Hoe veel van uw patiënten hebben de TVT-ingreep ondergaan?

Tussen de 5% en 10%. De resultaten van die ingrepen zijn goed;op één na zijn ze allemaal van hun stressincontinentie af en hebben ze geen fysiotherapie meer nodig.

Wilt u nog iets kwijt aan de bezoekers van www.stressincontinentie.nl?

Ja, ik vind het belangrijk dat mensen de juiste weg weten te vinden om van hun problemen af te komen. Daar is vaak heel wat onduidelijkheid over. Ik zou tegen iedereen met stressincontinentie willen zeggen: ga naar de gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut en probeer het probleem niet te ‘verhelpen’ met inlegmateriaal. En neem ook niet meteen je toevlucht tot chirurgie. Pas als fysiotherapie niet helpt, vind ik chirurgie een optie. De TVT-methode is dan een goede keuze.


Zie ook:

Interview met dr. Jan den Boon (Gynaecoloog)
Interview met Nathalie (ex-patiënt)